Advertentie
sociaal / Achtergrond

Buiten de boot

Wethouders cultuur van de vier grote steden zijn behoorlijk kritisch over de nieuwe verdeling van de kunstsubsidies door het rijk. ‘Stel het bij voor er onherstelbare schade ontstaat’.

12 september 2008

En altijd als er geld wordt verdeeld, is er hommeles in de tent. Ook nu weer. Het kersverse Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten verdeelt voor het eerst een flink deel van de rijkssubsidie voor cultuur (zie kader) en het oordeel van deze groep deskundigen is - op zijn zachtst gezegd - niet overal in goede aarde gevallen. In de muzieksector vallen harde klappen. Reputaties tellen even niet meer mee. Het internationaal vermaarde Amsterdam Baroque Orchestra van Ton Koopman kreeg nul op het re kest. Koopman vreest voor het voortbestaan van zijn ensemble. Dat geldt ook voor het Asko/Schönberg Ensemble. Zij krijgen nog wel geld, maar minder dan gevraagd. Minder dan noodzakelijk, zeggen ze zelf. Ook in de jazz-hoek sneuvelen tradities: Het Willem Breuker Kollektief verliest al zijn subsidie, ook orkest De Volharding valt ten prooi.

 

Er is nog een klein lichtpuntje voor de muziekgezelschappen die het fonds negatief heeft beoordeeld: in november komt het fonds met een aanvullend oordeel over de muzieksector. De Amsterdamse wethouder Carolien Gehrels heeft goede hoop dat haar stad, als thuisbasis van veel muziekgroepen, daar profijt van zal hebben.

 

‘Het fonds heeft aangegeven dat de muziekgezelschappen heel projectmatig werken en dat het daardoor moeilijk is om ze met elkaar te vergelijken. Het fonds heeft hiervoor meer tijd nodig. Muziek is voor de Amsterdamse cultuur ontzettend belangrijk. De stad kent een grote muziektraditie. Het zou zeer zorgelijk zijn als het huidige muziekklimaat zou verdwijnen.’ Wethouder Jetta Klijnsma van Den Haag is ‘niet blij’ met de ontstane scheidslijn tussen basisinfrastructuur en het NFPK. ‘Ik vind dat uiteindelijk de politiek over budgetten moet kunnen beslissen. Nu wordt het geld verdeeld en is de kous af.’ De basisinfrastructuur had bovendien wat haar betreft wel wat breder mogen zijn.

 

Scheefgroei

 

De basisinfrastructuur heeft een budget van 244,5 miljoen euro. (Gemeenten geven overigens bijna twee keer zoveel geld uit aan kunst en cultuur, becijferde adviesbureau Berenschot eind augustus.) De Raad van Cultuur heeft de minister een paar maanden geleden geadviseerd om ruim 26 miljoen euro extra beschikbaar te stellen. Plasterk riep direct dat hij dat geld niet heeft. Maar als op Prinsjesdag de minister zijn begroting presenteert zal blijken dat hij tóch extra geld heeft weten los te peuteren. Naar verluidt gaat het om een bedrag van zeven miljoen euro. Het merendeel van dit extraatje verdwijnt naar de regio, is de verwachting. Een goede zaak, vindt Gedeputeerde Harry van Waveren uit Zeeland, tevens bestuurslid van het Interprovinciaal Overleg. ‘De minister heeft gelukkig naar ons geluisterd. Driekwart van de subsidies gaat naar de Randstad. Als je dat wilt veranderen, moet je durven ingrijpen. Het is nu wel erg scheef gegroeid. Je moet zorgen dat talent in de regio kan groeien. Hoe meer geld, hoe langer je ze vast kunt houden. Dat is belangrijk. Het inspireert andere mensen.’

 

De provincie Zeeland heeft drie instellingen in de basisstructuur, waaronder het theaterproductiehuis Zeelandia – organisator van het Nazomerfestival. Het positieve advies van de Raad van Cultuur om dat festival meer subsidie te verstrekken is niet gevolgd. Stel dat Zeelandia buiten de boot valt bij de verdeling van het extraa tje, dan zal de provincie er ‘heel serieus over nadenken’ om zelf bij te springen. ‘Het Nazomerfestival is het visitekaartje van onze provincie. Dat laat je niet vallen.’ Dat een groot deel van het extra geld naar de regio gaat, vindt wethouder Klijnsma geen goed idee. ‘Ik snap wel dat Tweede Kamerleden, en dan vooral die van het CDA, hun achterban tevreden willen stellen, maar ik vind het een verschraling als er alleen naar locatie wordt gekeken. Dat gaat ten koste van de kwaliteit. Zo kun je wel in alle hoofdsteden toneelgezelschappen optuigen, maar dat kost hartstikke veel geld en ik vraag me af of zij allemaal wel voldoende mogelijkheden hebben om veel op te treden.’

 

‘Wat bovendien altijd vergeten wordt is dat grote steden heel veel geld pompen in kunst en cultuur. Geld dat óók ten goede komt aan de rest van het land. Haagse gezelschappen als het Nationale Toneel, het Residentie Orkest en het Nederlands Dans Theater reizen door het hele land.’

 

Haar Amsterdamse collega Gehrels sluit zich daar bij aan: ‘Ook een groot aantal Amsterdamse instellingen heeft een speelverplichting in het land. Zij ontvangen daarvoor een bijdrage van de gemeente. En wij hebben veel instellingen die niet alleen een nationale functie hebben, maar ook internationale allure en uitstraling. Voorbeelden te over. Denk alleen maar aan het Concertgebouworkest.’

 

Meer dan eens moet Gehrels zich verdedigen dat het merendeel van de overheidsubsidie naar Amsterdam gaat. Amsterdam krijgt altijd al zoveel, is dan de klacht. ‘Dat is geen krijgen,’ stelt Gehrels, ‘daar ligt een lange traditie aan ten grondslag. ‘Van oudsher is kunst en cultuur enorm belangrijk voor de stad. Het is van nationaal belang om dat in stand te houden. Hoe meer spreiding, hoe dunner de spoeling. Dat zal zijn weerslag vinden in de kwaliteit.’

 

Over twee jaar wordt de basisinfrastructuur geëvalueerd. Gehrels bepleit een snellere evaluatie van het nieuwe subsidiestelsel. ‘Ik denk dat het belangrijk is dat de Tweede Kamer in oktober of november gaat bekijken hoe de som der delen uitpakt, of er geen onbedoelde effecten aankleven. Een nieuw systeem heeft altijd last van kinderziektes. Kijk daar naar en stel het bij, voordat er onherstelbare schade ontstaat.’

 

Spreiding

 

In Utrecht zijn de plannen hard aangekomen. Wethouder Cultuur Cees van Eijk van Utrecht noemt het nieuwe rijksbeleid een ‘hard gelag voor de stad’. ‘We hebben absoluut het gevoel buiten de boot te vallen.’ Utrecht is altijd al karig bedeeld, zegt Van Eijk, maar de laatste jaren was de stad met een kwalitatieve inhaalslag bezig. ‘We hebben veel geïnvesteerd in de culturele sector. We waren op de goede weg. Het advies van de Raad van Cultuur was uitermate lovend. Wij hadden daarom ook verwacht én gehoopt dat het rijk de raad daarin zou volgen. Dit is heel teleurstellend.’

 

Van Eijk stoort zich aan de nadruk die het rijk legt op spreiding. ‘Dan doet zich de rare situatie voor dat een instelling in Utrecht niets krijgt, maar als diezelfde in- stelling in Den Bosch zou zitten, het de volle mep zou krijgen. Ik vind het kwalijk om te selecteren op locatie in plaats van op kwaliteit. Ik kan dat met goed fatsoen niet verkopen aan het Nederlands Film Festival.’

 

Hij realiseert zich dat het Fonds voor de Podiumkunsten opereert buiten verantwoordelijkheid van de politiek. Daar heeft hij niets over te vertellen. Maar over de basisinfrastructuur is wat Van Eijk betreft het laatste woord nog niet gezegd. ‘De Tweede Kamer is nu aan zet. Ik roep de Kamer dringend op om extra middelen vrij te maken. Maar daar is wel politieke moed voor nodig.’

 

In Rotterdam is men niet ongelukkig met de invoering van de basisinfrastructuur. Directeur Kunst en Cultuur Stef Oosterloo: ‘Daar mogen we ons niet over beklagen.’ Wel zet hij zijn vraagtekens bij de beslissing van het NFPK om het Rotterdamse dansgezelschap Danceworks en theaterbedrijf Bonheur niet meer te subsidiëren. ‘Dat is wellicht geen drama voor de landelijke infrastructuur, maar wél voor de stedelijke. Zij behoren tot de basisinfrastructuur van de stad. Nu zullen dus bestaande structuren verdwijnen, dat moet op zich kunnen, maar nieuwe kansen en initiatieven moeten groeien en dat heeft tijd nodig.’

 

Of en hoe de gemeente zelf bijspringt is nog de vraag. ‘Ik word vrijwel dagelijks gebeld met de vraag of ze bij ons aan kunnen kloppen. Natuurlijk geeft me dat kopzorgen.’ Op zich heeft Rotterdam nog ruimte om de financiën voor de cultuursector te verdelen. Op 23 september bespreekt het college van B en W het verdelingsvoorstel, in aanwezigheid van Rik Grashoff, de vorige week geïnstalleerde wethouder van Cultuur. 

 

Nieuw verdeelsysteem

 

Het subsidiestelsel voor de kunst gaat op de schop. De rijkssubsidies worden vanaf januari 2009 op een andere manier verdeeld. Ook de politieke verantwoordelijkheid wordt gewijzigd. Belangrijke culturele instellingen krijgen een basisgarantie, een langdurig subsidieperspectief. Zij hoeven niet meer, zoals nu nog in de Cultuurnota, elke vier jaar een aanvraag in te dienen. Deze geselecteerde instellingen worden ondergebracht in de zogeheten basisinfrastructuur (BIS). De minister van Cultuur blijft hiervoor verantwoordelijk. Hij wordt , zoals ook nu het geval is, geadviseerd door de Raad van Cultuur. Instellingen die in de basisinfrastructuur worden opgenomen zijn onder meer Toneelgroep Amsterdam, De Nederlandse Opera en het Nationaal Ballet. Ook festivals als Noorderslag en Poetry International zijn verzekerd van langdurige financiële steun. Voor de theater- en muziekgroepen die de drempel van de basisinfrastructuur niet hebben gehaald, is het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+ (NFPK) in het leven geroepen. Plasterk heeft geen bemoeienis met de verdeling van deze subsidies en tegen besluiten van dit fonds is in principe geen beroep mogelijk.

 

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie