‘‘Warme BLEVE?’ Wat is dat dan, jongens?’
Ook Kamerleden van de coalitie zien het Robuust Basisnet voor gevaarlijke stoffen van staatssecretaris Chris Jansen nog niet zitten.

‘Wat mij betreft zet de staatssecretaris het Robuust Basisnet niet voort zoals dat nu wordt voorgesteld, maar gaat de staatssecretaris opnieuw met gemeentes en provincies in gesprek.’ Aan het woord is VVD-Kamerlid Hester Veltman-Kamp aan het begin van het commissiedebat donderdagmiddag over het spoorvervoer van gevaarlijke stoffen. Opvallend genoeg krijgt ze bijval van haar collega's van PVV, NSC en BBB, de andere drie coalitiepartijen. Om nog te zwijgen over de instemming van oppositiepartijen GroenLinks-PvdA, Volt en D66.
Al jaren zoekt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I en W) naar een alternatief voor het zogenaamde Basisnet, de rijksaanpak sinds 2015 van het vervoer van stoffen als ammoniak en methanol. Dat alternatief is er nu, met de naam Robuust Basisnet. Het is de taak van staatssecretaris Chris Jansen van de PVV om dit nieuwe beleid door de Kamer te krijgen. Maar de realiteit is dat de decentrale overheden zich verzetten, en coalitie en oppositie aan hun kant hebben.
Overschrijdingen
Het is een rare situatie: als enige land in Europa heeft Nederland eigen veiligheidsregels bovenop de internationale regels van de intergouvermentele organisatie OTIF. Na tien jaar overleg kwam in 2015 het Basisnet tot stand, dat beschrijft welke auto-, water- en spoorwegen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen bestemd zijn. Die stoffen worden vanuit de havens naar de Duitse en Nederlandse industrie vervoerd. Voor die routes werden risicoplafonds aangegeven. Maar in 2023 evalueerde het adviesbureau Ecorys dat de risicoplafonds ficties zijn: ze worden stelselmatig overschreden, en handhaving is onmogelijk.
In de schoenen
De Kamerleden en decentrale overheden ontkennen dit niet, maar vinden dat in het nieuwe plan de verantwoordelijkheid voor de veiligheid in de schoot van gemeentes wordt geworpen. Staatssecretaris Jansen ontkende dit donderdag: ‘Als een ongeval plaatsvindt, is het rijk daarop aanspreekbaar, en verantwoordelijk om te onderzoeken hoe het ongeval heeft kunnen plaasvinden. Het rijk blijft verantwoordelijk voor het veilig vervoer van gevaarlijke stoffen.’
Onbehagen
Toch zal dit het gevoel van onbehagen niet wegnemen bij de gemeenten. Het pijnpunt is dat de risicoplafonds worden geschrapt, waardoor er behalve in de praktijk nu ook formeel geen maximum meer zit aan het vervoer van gevaarlijke stoffen door bewoonde gebieden. In plaats daarvan komen er rond de spoorwegen aandachtsgebieden voor potentiële incidenten. Die hebben verschillende lengtes: 30 meter voor brand, 200 meter voor explosie, en 300 meter voor een gifwolk. Gemeenten moeten voor die aandachtsgebieden een risicoverantwoording uitvoeren, en bij de bouw van ‘zeer kwetsbare’ gebouwen zoals ziekenhuizen en scholen denken aan brandwerende gevels en scherfwerend glas.
De Kamerleden vragen zich eenstemmig af, onder andere PVV-Kamerlid Hidde Heutink toont zich een fel criticaster, op grond waarvan gemeenten hun risicoanalyse moeten uitvoeren. ‘Als we het risicoplafond gaan schrappen, weten gemeenten één ding zeker: dat ze helemaal niks meer weten’, zegt Heutink. Het aanhoudende verweer van de staatssecretaris is dat de monitoring van het spoorvervoer wordt versterkt, en die statistieken voldoende basis geven.
Geklapt?
D66-Kamerlid Mpanzu Bamenga zegt dat het overleg van de staatssectaris met de decentrale overheden ‘geklapt is’, maar Jansen weet daar niks van. ‘Sterker nog: op 15 april stond het volgende gesprek gepland. Alleen vanwege een IPO-bijeenkomst is dit verplaatst. Ik luister goed naar de verschillende opvattingen die er zijn, maar na vier jaar praten moeten we een keer de knoop doorhakken. Daarom herhaal ik: het huidige basisnet heeft nooit gefunctioneerd en zal dat ook nooit doen.’
Kleiner Basisnet
Aan één wens van de gemeenten wil de staatssecretaris sowieso voldoen: spoorroutes uit het Basisnet schrappen die niet of nauwelijks voor vervoer van gevaarlijke stoffen gebruikt worden, zoals de verbinding Zutphen-Delden. Dat zorgt ervoor dat hier geen aandachtsgebieden gelden, en gemeenten geen onnodige kosten maken. Voor de zomer informeert hij de Kamer hierover.
Wat is dat, jongens?
Een opvallend moment vindt plaats als de staatssecretaris donderdagmiddag de antwoorden van zijn ambtenaren voorleest op de vragen die de Kamerleden in de eerste termijn van het commissiedebat gesteld hebben: ‘Warme BLEVE?’, reageert hij. ‘Wat is dat dan, jongens? Mijn excuus, een nieuwe term voor mij.’
BLEVE staat voor Boiling Liquid Expanding Vapor Explosion, waarbij een vuurbal of gaswolk kan ontstaan als een ketel onder te hoge druk komt. In zijn eigen Kamerbrief van december vorig jaar gaat het uitgebreid over dit fenomeen. Zijn ministerie heeft hier namelijk onderzoek naar laten uitvoeren, door adviesbureau Antea, dat met diezelfde Kamerbrief naar de Kamer is gestuurd. In hun recente gezamelijke position paper schrijven de Veiligheidsregio's hier ook nog over, omdat volgens hen deze studie ‘een verkeerd beeld van de werkelijkheid geeft’.
DB Cargo
De gemeenten en Kamerleden staan in de algehele discussie zij en zij. Maar het standpunt van het ministerie lijkt op dat van de spoorvervoerders, zoals DB Cargo. Zij vinden dat de fixatie op risicoplafonds afleidt van werkelijke stappen vooruit. Daarnaast benadrukken ze dat het spoorvervoer slechts 1 of 2 procent vormt van het transport van gevaarlijke stoffen, dat met name via buisleidingen en binnenvaartschepen gaat. In honderd jaar is geen dode gevallen.
Spoorvervoerders werken verplicht met een Veiligheid Management Systeem (VMS), liet DB Cargo vorige week in de Kamer weten, en de spoorinfrastructuur gebruikt het Fail Safe-principe. Winst valt nog te behalen met Way Side Train Monitoring (camera's langs het spoor), ontsporingsdetectie, de geplande invoer van het European Rail Traffic Management System (ERTMS), met Automatic Train Operations en met Digitale Automatische Koppeling.
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.