Advertentie
ruimte en milieu / Achtergrond

Geur van warmtekracht

Wanneer het college van Gedeputeerde Staten een milieuvergunning verleent voor een warmtekrachtinstallatie, moeten duidelijk de middelen en maxima voorgeschreven worden om geurhinder te beperken. ‘Ervaringsgegevens’ zijn niet genoeg.

13 februari 2009

In 2007 verhuist meubelfabrikant MeubiTrend naar het ten zuidoosten van Oss gelegen bedrijvenpark Vorstengrafdonk. Het bedrijf heeft twee ovens om afvalhout van meubelen te verbranden. Daarmee verwarmt het de fabriek. De toekomstige buren kan MeubiTrend ook van warmte voorzien, zegt Gerrit van Veghel.

 

Nog voor de verhuizing vraagt hij een revisievergunning aan voor een nieuwe installatie, die jaarlijks vier miljoen kilo hout moet omzetten in elektriciteit. De ketelcapaciteit hiervan is ongeveer negen megawatt. Ruim drie keer zo veel als de twee oude ketels samen. De oudjes zullen alleen nog worden gebruikt als dat nodig is. Eind 2007 verlenen Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant de milieuvergunning.

 

In 2008 verhuist Visser Stroopwafels met het oog op groei vanuit de stad naar het bedrijfsterrein. De bakkerij staat een halve kilometer ten noorden van de meubelfabriek. En hoewel de wind volgens Van Veghel zelden de kant van Visser opwaait en de verbranding van afvalhout geen geurhinder oplevert, gaat de wafelbakker begin 2008 in beroep tegen de verlening van de vergunning aan MeubiTrend. Jan Willem Smit: ‘Wij maken een voedingsproduct en willen geen enkel risico lopen. Deze vergunning biedt daarvoor geen garanties.’

 

Smit wijst de Raad van State er op dat de provincie ten onrechte geen voorschriften heeft opgenomen over de verwerking van vuil (snoei)hout. Bovendien heeft de provincie niet vastgesteld hoeveel geurhinder de nieuwe installatie zal opleveren. Daardoor ontbreken ook middelvoorschriften om de stankhinder te beperken en maxima voor de geuremissie.

 

De provincie gaat er van uit dat al het hout goed en volledig verbrandt. De ervaring bij vergelijkbare installaties leert dat er dan zo weinig geurproducerende stoffen vrijkomen dat er geen sprake is van stankoverlast. Het college heeft geen voorschriften voor vuil (snoei)hout opgenomen in de vergunning, omdat MeubiTrend in de aanvraag alleen rept van schoon resthout. De Raad van State is niet onder de indruk van dit verweer en vindt dat de provincie de vergunning niet goed hebben voorbereid en onderbouwd.

 

Volgens de Raad had het college op grond van de emissierichtlijn lucht een toelaatbaar hinderniveau met duidelijke maxima moeten vaststellen. Vervolgens moet de provincie met specificaties in middelvoorschriften aangeven hoe de hinder precies kan worden beperkt. Als de ketel een capaciteit heeft van meer dan vijf megawatt mogen GS daarbij niet uitgaan van ‘ervaringsgegevens’ over vergelijkbare installaties.

 

Inmiddels heeft de provincie een eerste gesprek gevoerd met MeubiTrend over de aanpassing van de vergunning. Jan Willem Smit denkt dat stankoverlast uitblijft als de provincie nadere eisen stellen. Ook Gerrit van Veghel gaat er vlak voor dit gesprek vanuit dat deze papieren kwestie wel in orde komt. Dat het in de buurt van de bakkerij naar stroopwafels ruikt - daar gaat hij niet flauw over doen.

 

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie