Raad van State handhaaft beleid woningsluiting
Een woning waar een handelshoeveelheid drugs is aangetroffen, kan worden gesloten zonder dat de burgemeester verder aannemelijk moet maken dat een handelshoeveelheid ook daadwerkelijk voor handel bedoeld is, oordeelt de Raad van State. Het blijft aan de verdachte om aan te tonen dat een handelshoeveelheid voor eigen gebruik is.
Een woning waar een handelshoeveelheid drugs is aangetroffen, kan worden gesloten zonder dat de burgemeester verder aannemelijk moet maken dat een handelshoeveelheid ook daadwerkelijk voor handel bedoeld is, oordeelt de Raad van State. Het blijft aan de verdachte om aan te tonen dat een handelshoeveelheid voor eigen gebruik is.
Bewijslast bij burgemeesters
De Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde in januari 2017 dat de bewijslast om aan te tonen dat een aangetroffen handelshoeveelheid (meer dan een halve gram harddrugs of vijf gram softdrugs volgens de richtlijn van het Openbaar Ministerie) ook daadwerkelijk voor de handel bedoeld is, bij burgemeesters ligt voor zij overgaan op sluiting van een woning. Volgens de rechtbank kan niet zonder meer worden aangenomen dat een aangetroffen handelshoeveelheid ook daadwerkelijk voor de handel bestemd is. Die uitspraak werd gedaan naar aanleiding van twee zaken in de gemeenten Tilburg en Waalwijk.
Eigen gebruik bewijsbaar
Burgemeesters Theo Weterings (Tilburg) en Nol Kleijngeld (Waalwijk) gingen tegen die uitspraak in beroep. Een juridisch medewerker van de gemeente Tilburg merkte op dat een verdachte wel degelijk kan bewijzen dat een bij hem of haar aangetroffen handelshoeveelheid voor eigen gebruik is. Bijvoorbeeld als er geen gripzakjes, vuurwapens of weegschalen zijn aangetroffen. Voor burgemeesters is het volgens de juriste bijna onmogelijk om te oordelen of een handelshoeveelheid voor eigen gebruik moet worden beschouwd. Dat was dan ook de kern van het betoog van de gemeente Tilburg voor de Raad van State.
Willekeurig maar redelijk
Die ging mee in de redenering van de Tilburgse burgemeester. Volgens de Raad van State is er namelijk geen noodzaak om het Damocles-beleid op dit punt aan te passen. Hoewel de Raad van State erkent dat de richtlijn van het Openbaar Ministerie willekeurig is, ziet de hoogste bestuursrechter ook in dat die richtlijn redelijk is met het oog op de rechtszekerheid en de hanteerbaarheid van de Opiumwet. De Raad van State oordeelt dat ‘als betrokkene een helder en consistent betoog heeft over zijn eigen gebruik dat een geringe overschrijding van de 0,5 g grens vanwege dat gebruik aannemelijk maakt, geen andere zaken in het pand zijn aangetroffen die wijzen op drugshandel en niet is gebleken van andere relevante feiten en omstandigheden’ kan worden aangetoond dat een handelshoeveelheid voor eigen gebruik is.
Het is ook in het algemeen duidelijk te merken dat de Raad van State geen deel uitmaakt van de rechtspraak. Het wordt tijd dat de rechtspraak bevoegd wordt waar de Raad van State dat nog is.