Invoering raadgevend referendum uitgesteld
Invoering van het raadgevend referendum per 1 januari is niet meer haalbaar. De wet treedt op zijn vroegst op 1 juli 2015 in werking. Dit stelt minister Plasterk (Binnenlandse Zaken) in een brief aan de Kamer. Mede-initiatiefnemer Gerard Schouw (D66) heeft twijfels over de motivering van het kabinet.
Het raadgevend referendum treedt op zijn vroegst op 1 juli 2015 in werking. Invoering per 1 januari is niet meer haalbaar. Dit stelt minister Plasterk (Binnenlandse Zaken) in een brief aan de Kamer.
Opkomstdrempel
Het kabinet wil de Wet raadgevend referendum (Wrr) pas in het Staatsblad plaatsen als zowel Tweede en Eerste Kamer over alle onderdelen van de wet hebben besloten. De opkomstdrempel moet nog worden bekrachtigd. Ook als de behandeling daarover in beide Kamers snel wordt afgerond, dan nog is 1 januari niet meer haalbaar, schrijft Plasterk aan de Kamer. Dinsdag stond de opkomstdrempel als hamerstuk op de agenda van de Tweede Kamer.
Parlementaire behandeling
De Wrr bepaalt dat zij in werking treedt ‘met ingang van de eerste dag van de vierde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst’, schrijft Plasterk. Omdat de inwerkingtreding van de wet zorgvuldig moet worden voorbereid en er nog enige tijd nodig is om dit proces naar behoren af te ronden, zal de wet niet eerder dan in maart 2015 in het Staatsblad woerden geplaatst, schrijft Plasterk aan de Kamer. Inwerkingtreding kan dan op zijn vroegst plaatsvinden op 1 juli 2015. Als de parlementaire behandeling van het voorstel tot wijziging van de wet in maart 2015 nog niet is afgerond, wordt dit nog later.
Curieus
Het uitstel, de motivatie daarvan en de timing van de mededelingen vanuit het kabinet zijn enigszins curieus. In de op Prinsjesdag (16 september) gepresenteerde begroting van BZK werd nog gesteld dat burgers vanaf 2015 een raadgevend referendum kunnen organiseren over nieuw aangenomen wetgeving. In een brief van deze week schrijft Plasterk dat 1 januari in verband met behandeling in beide Kamers publicatie in het Staatsblad niet meer haalbaar is, en verwijst daarbij ook naar een door hem verstuurde Kamerbrief van 19 september. Daarin maakte hij al melding van de verschuiving van de invoeringsdatum. Koud drie dagen na Prinsjesdag dus.
Nietszeggende motivering
De Kamer vroeg begin deze maand Plasterk dan ook om een nadere motivering van het besluit tot uitstel. De brief die nu de Kamer heeft gestuurd, overtuigt in ieder geval Gerard Schouw (D66) niet. ‘Nietszeggend’, zo kwalificeert hij. Schouw diende samen met de Kamerleden Manon Fokke (PvdA) en Linda Voortman (GroenLinks) het initiatiefvoorstel tot het raadplegend referendum in. Het D66-Kamerlid verwacht geen problemen, en dus tijdverlies, bij de behandeling van de wetsaanpassing. Dinsdag heeft de Tweede Kamer de novelle als hamerstuk behandeld. Die ligt dan volgende week bij de Eerste Kamer en zodra de Senaat beslist is het wetsvoorstel formeel klaar, aldus Schouw. Bovendien had de Eerste Kamer om een opkomstdrempel gevraagd. Dat wordt in de wetswijziging geregeld.
Laatste woord
Bij het raadgevend referendum zijn minstens 10.000 kiesgerechtigden nodig om het initiatief tot een referendum te nemen. Het definitieve verzoek moet door minimaal 300.000 kiesgerechtigden worden gesteund. De uitslag ervan is geldig, maar niet bindend, bij een opkomst van minstens dertig procent. Het parlement heeft het laatste woord.
Reacties: 5
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.