Advertentie
sociaal / Achtergrond

‘Je pikt het niet zo snel meer op’

Doorwerken tot 67? Voor veel ambtenaren is 65 al een brug te ver. Toch wil de overheid af van regelingen die het mogelijk maken vóór 65 te stoppen.

24 april 2009

Een lange dag vergaderen hebben ze erop zitten, de ongeveer honderd kaderleden van Abvakabo FNV. In de Jaarbeurs in Utrecht lieten ze op de kaderdag voor lagere overheden het vakbondsbestuur horen wat er wat hun betreft met de nieuwe cao en vooral ook de aow-leeftijd moet gebeuren. Over één ding bestaat grote eensgezindheid: verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar is onbespreekbaar.

 

Sam, 62 jaar en werkzaam bij waterschap Hollandse Delta, gaat er zelf binnenkort met een regeling uit. ‘Dan heb ik 45 jaar gewerkt, waarvan 44 jaar bij de overheid. Vind ik lang genoeg’, zegt hij. ‘En dat geldt voor de meesten die op 14- of 15-jarige leeftijd zijn begonnen.’ De pensioenleeftijd ophogen naar 67 jaar is louter iets dat in Den Haag – ‘politiek’ – is bedacht. ‘Bij werkgevers noch werknemers is er draagvlak voor. Niet in het bedrijfsleven, niet bij de overheid. Niemand zit erop te wachten. Eerlijk, de prestaties nemen af als je ouder wordt. Ik merk het bij mezelf. Het is geen onwil, maar het gaat allemaal minder snel’, zegt hij.

 

Sam is één van de vijf kaderleden op leeftijd die na afloop van de bijeenkomst graag even doorpraten over de zin en onzin van langer doorwerken. Bijval is zijn deel als hij het over de teruglopende prestaties en de geringere flexibiliteit van de oudere ambtenaar heeft. ‘De kennis loopt terug, ook omdat er niet meer in ons wordt geïnvesteerd. Ik merk het zelf. Ik loop achter op het gebied van computers en zo. Dan moet je elke keer worden meegenomen door jongere collega’s’, zegt Henk, 56 jaar en gemeenteambtenaar. ‘En als het al een keer via een training wordt uitgelegd, zit daar een nerveus type die het hup-hup zo snel doet, dat je het niet kan volgen. Als dat nou eens rustig gebeurde, dat zou al een boel schelen’, zegt hij.

 

‘Nee, de tijd nemen dat kost de werkgever te veel geld. Dat zijn teveel nietwerkzame uren’, weet André Rohlfs, bondsbestuurder bij Abvakabo FNV. Natuurlijk, de oudere ambtenaar heeft veel kennis van zaken. Dat zou één van de redenen moeten wezen om zuinig op ze te zijn. ‘Pff’, blaast Henk. ‘Ja, ik heb veel kennis. Maar weet je wat het is? In mijn organisatie zitten steeds minder mensen daarop te wachten. Ik krijg van mijn chef – nog geen dertig – te horen dat ik te veel in mijn werk opga, te, te diep in de dingen duik. Hij zegt: “doe een eenvoudige toets, en weg met die bouwplannen`”. Ik ben veel te specialistisch’, zegt hij.

 

‘Het moet tegenwoordig snel en oppervlakkig’, is ook de ervaring van Sam bij zijn waterschap. Niet alleen zijn directe leidinggevende, ook de jongere collega’s zitten niet op dezelfde lijn met Henk. ‘De verschillen worden steeds groter’, zegt hij. ‘Ze leggen bij mij minder neer, omdat ik er geen kijk op zou hebben. Ik heb een totaal andere visie.’ Hij weet zeker dat hij er over zes jaar mee wil stoppen. ‘Na 62 jaar en drie maanden wil ik daar niet meer rondlopen.’

 

Voor Sam is het binnenkort ook welletjes. ‘Al die reorganisaties... De ene is nog niet achter de rug of de andere komt er al weer aan. Als oudere kun je dat op een gegeven moment niet meer plaatsen. Wij zijn in 2005 gefuseerd – vijf waterschappen zijn samengegaan – en nu wordt er opnieuw gereorganiseerd. Krijg ik een flexplek en moet ik elke keer ergens anders gaan zitten. Dat pak je niet zo gemakkelijk meer op. Zeker niet zo gemakkelijk als de jeugd’, zegt Sam.

 

‘Wie werkt er nog volledig na zijn 59e?’, zegt Rohlfs. ‘Nog geen 28 procent.’ Hij wil er maar mee gezegd hebben dat de rek er bij de meeste ouderen uit is. Zo niet bij Johannes Kon, 61 jaar en ambtenaar van de gemeente Arnhem. ‘Ik wil doorwerken tot mijn zeventigste’, zegt hij met volle overtuiging.

 

‘Misschien komt het omdat ik laat ben begonnen met werken – pas op mijn veertigste – maar ik ben flexibel genoeg om voltijds door te gaan. Ik moet er niet aan denken dat over 3,5 jaar het doek valt. Ik heb nog steeds meerwaarde voor de organisatie. Ik heb een grote expertise op het gebied van sociale zaken, adviseer de wethouder daarover en coach jongere collega’s. Nee, ik voel me geen oude lul en merk niet dat collega’s anders tegen me aankijken omdat ik wat ouder ben. En, heel belangrijk, ik vind mijn werk leuk.’

 

Overheid wil af van vroegpensioen

 

De overheid wil dat ambtenaren doorwerken tot hun 65e. De huidige regelingen voor vroegtijdig vertrek zijn te duur. Het Verbond Sector Werkgevers Overheid (VSO), waarin de overheidswerkgevers zijn verenigd, vindt dat de drie procent premieopslag die het ABP heeft voorgesteld niet mag leiden tot extra lasten voor werkgevers en werknemers, maar binnen de pensioenregeling kan en moet worden opgevangen. Het met de bonden en kabinet gesloten sociaal akkoord gaat immers uit van een nullijn voor ambtenaren, waardoor er geen ruimte is voor lastenverzwaring.

 

Het ABP geeft sociale partners tot 1 januari 2010 de tijd zich op de premieopslag voor te bereiden. Diverse cao’s lopen echter nog door na 1 januari 2010, waardoor die sectoren geen kans hebben de premiestijging binnen de exploitatie op te vangen. Maar ook sectoren die nu aan het onderhandelen zijn over een nieuwe cao – bijvoorbeeld de gemeenten – krijgen volgens overheidswerkgevers last van de premiestijging. Vanaf volgend jaar moet er namelijk worden bezuinigd op lonen in de collectieve sector.

 

Om te voorkomen dat de lastenverzwaring per sector moet worden opgevangen, wil het VSO ‘het probleem tackelen waar het is ontstaan’: in de bovensectorale pensioenregeling. ‘Dit kan door op een verstandige manier versoberingen in de pensioenregeling door te voeren. Als de gewone kostendekkende premie voor het ouderdomspensioen verlaagd wordt en het totale premieniveau in 2010 hetzelfde blijft als in 2009, wordt het mogelijk de herstelopslag te absorberen binnen het huidige premieniveau en is er geen sprake van extra lasten’, aldus de verenigde overheidswerkgevers.

 

Overheidswerkgevers onderhandelen per sector over hun cao, maar de onderhandelingen over de verplichtgestelde pensioenregeling worden bovensectoraal gevoerd in de zogeheten Pensioenkamer. Daarin hebben een afvaardiging uit het Verbond Sector Werkgevers Overheid (VSO) en de vier bonden van overheidspersoneel (SCO) zitting. De onderhandelaars namens de overheid willen met name een terugdringing van modaliteiten in de regeling die het mogelijk maken vóór 65 jaar met pensioen te gaan.

 

Daarmee wordt de regeling financieel solide en betaalbaar: de kosten van de herstelopslag op korte termijn en de vergrijzingslasten op langere termijn kunnen dan binnen de regeling worden opgevangen. Voorzitter Gerrit van de Kamp van de Christelijke Centrale van Overheids- en Onderwijspersoneel (CCOOP) wees het voorstel van de hand. Volgens hem betekenden de plannen niets anders dan ‘roven’ uit de kas van het pensioenfonds.

 

De overheid misbruikt in zijn ogen de economische crisis voor een verslechtering van de pensioenregeling. ‘Wij gaan voor behoud van de huidige regeling’, zegt zijn woordvoerder. De onvrede over het voorstel van de overheid was zelfs zo groot, dat Van de Kamp het overleg opschortte. Hij eist eerst een gesprek met verantwoordelijk minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken). Dat gesprek is er volgens zijn woordvoerder nog niet geweest en staat evenmin gepland.

 

 

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie