Waterschappen wacht fusiegolf: in 2020 meer dan helft minder
Als bestuurslaag worden de waterschappen niet opgeheven, wel verdwijnt er een fors aantal. Van de 26 waterschappen zijn er binnen nu en 10 jaar hooguit nog twaalf over.
Het geven van een impuls aan een nieuwe fusiegolf – nog niet zo heel lang geleden waren er nog ruim vijftig waterschappen – is één van de antwoorden van de Unie van Waterschappen (UvW) op het verzoek van het kabinet te komen tot een vermindering van de bestuulijke drukte. UvW-voorzitter Sybe Schaap heeft echter meer plannen op zijn lijstje staan dat hij deze week aan staatssecretaris Huizinga (Verkeer en Waterstaat) overhandigde.
Voor 1 november moesten de waterschappen bij haar aangeven hoe ze vanaf 2011 jaarlijks 100 miljoen euro gaan bezuinigen, een opdracht die ze dit voorjaar kregen van het kabinet. Kernbegrippen in het plan zijn, behalve minder bestuurlijke drukte, meer efficiency en lagere kosten. Zo moet een herschikking van taken in het waterbeheer er toe leiden dat er in Nederland maar twee beheerders overblijven: een nationale – Rijkswaterstaat – en een regionale – de waterschappen.
Zo’n herstructurering moet er onder andere toe leiden dat veel plannenmakerij op het gebied van water en waterhuishouding niet meer dubbel wordt gedaan. In de toekomst kan volgens de waterschappen worden volstaan met een nationaal en een regionaal plan. Dat laatste wordt dan opgesteld door de schappen.
Veel winst is volgens Schaap te behalen door de afvalwaterzuivering en het rioolbeheer in één hand te leggen. Het beheer van het riool is een zaak van de gemeenten. Overname van die taak door de waterschappen levert volgens Schaap op jaarbasis al gauw ‘enige tientallen miljoenen euro’s’ op.
De eerste verkennende gesprekken met de gemeenten zijn inmiddels gevoerd. Uitgangspunt is dat de gemeenten de regie houden over de openbare ruimte. ‘Wij gaan natuurlijk niet als wildemannen her en der straten openleggen’, zegt Schaap. Of de rioolheffing wel overgaat naar de waterschappen, wil de UvW-voorzitter in dit stadium nog niet zeggen.
Financieren
De ineenschuifoperatie heeft geen ontlastende werking voor de rijksbegroting. Die gaat wel uit van een ander plan om als waterschappen de volledige financiering van het hoogwater beschermingsprogramma voor rekening te nemen.
Nu draagt het Rijk die kosten – ongeveer 100 miljoen euro – terwijl de uitvoering van het onderhoud bij de waterschappen ligt. Ook dit in één hand leggen van de verantwoordelijkheid voor de waterkeringen levert volgens Schaap forse efficiencywinst op, al was het alleen maar omdat het Rijk geen directiekosten meer hoeft te maken. De nationale infrastructuur blijft een verantwoordelijkheid van het Rijk.
Het financieren van de hoogwaterbescherming impliceert wel dat de waterschapslasten omhoog zullen gaan. Of die lasten in bepaalde (natte) regio’s zwaarder zullen wegen dan in andere, is nog onbekend. Daarvoor zijn de plannen volgens Schaap nog niet gedetailleerd genoeg.
Belastinginning
De waterschappen pleiten verder voor het samen met de gemeenten runnen van belastingkantoren. ‘In sommige regio’s, zoals in het oosten van het land, gebeurt dat al met veel succes op vrijwillige basis. Wij willen die ontwikkeling een flinke boost geven en vragen van het Rijk regie op dit terrein. De vrijblijvendheid moet eraf. Leg de samenwerking maar dwingend op’, zegt hij. ‘Het voordeel? De kosten van belastinginning gaan met tientallen procenten naar beneden.’
De ingrepen – efficiëncyverhoging, betere organisatie van het waterbeheer en vermindering van bestuurlijke drukte – zullen veel vragen van de waterschapsorganisaties zelf, aldus Schaap. ‘Wij zijn daarom bereid het proces van opschaling en taakintegratie nog eens een forse impuls te geven. In gewoon Nederlands: meer fusies’, zegt hij.
Schaap gaat er vanuit dat er in 2020 nog maar tien à twaalf waterschappen over zullen zijn. Leidend principe is dat ze samenvallen met de stroomgebieden. Zo bekeken, zouden bijvoorbeeld de vijf schappen in het oosten van het land moeten opgaan in één organisatie. Voor komend jaar staat het samengaan van de Zeeuwse waterschappen op de rol. Soortgelijke plannen worden inmiddels ook gesmeed door de waterschappen Veluwe en Vallei en Eem.
Staatssecretaris Huizinga prijst in een reactie het elan bij de waterschappen. ‘Het getuigt van een vooruitziende blik om met een bezuiniging van niet minder dan 100 miljoen euro tegelijkertijd een toekomstvisie neer te leggen voor een rationeler waterbeheer in ons land’, aldus Huizinga, die aankondigde de voorstellen van de waterschappen mee te nemen naar het kabinet.
Eigenlijk is de brief van de UvW aan de Stas de logische consequentie van de trend om van kleine waterschapjes naar grote, regionale waterschappen te gaan. Taken die eerst gecoördineerd moesten worden (logischerwijze door de provincie), kunnen nu beter aan de resterende regionale waterschappen worden overgedragen. Hetzelfde geldt natuurlijk vis-a-vis de gemeenten: daar speelt al tijden de discussie over kostenbesparing in de afvalwaterketen, maar via de weg der geleidelijkheid is er nog niet veel voortgang geboekt.. :)