Advertentie
ruimte en milieu / Nieuws

Waterschappen wacht fusiegolf: in 2020 meer dan helft minder

Als bestuurslaag worden de waterschappen niet opgeheven, wel verdwijnt er een fors aantal. Van de 26 waterschappen zijn er binnen nu en 10 jaar hooguit nog twaalf over.

06 november 2009

Het geven van een impuls aan een nieuwe fusiegolf – nog niet zo heel lang geleden waren er nog ruim vijftig waterschappen – is één van de antwoorden van de Unie van Waterschappen (UvW) op het verzoek van het kabinet te komen tot een vermindering van de bestuulijke drukte. UvW-voorzitter Sybe Schaap heeft echter meer plannen op zijn lijstje staan dat hij deze week aan staatssecretaris Huizinga (Verkeer en Waterstaat) overhandigde.

 

Voor 1 november moesten de waterschappen bij haar aangeven hoe ze vanaf 2011 jaarlijks 100 miljoen euro gaan bezuinigen, een opdracht die ze dit voorjaar kregen van het kabinet. Kernbegrippen in het plan zijn, behalve minder bestuurlijke drukte, meer efficiency en lagere kosten. Zo moet een herschikking van taken in het waterbeheer er toe leiden dat er in Nederland maar twee beheerders overblijven: een nationale – Rijkswaterstaat – en een regionale – de waterschappen.

 

Zo’n herstructurering moet er onder andere toe leiden dat veel plannenmakerij op het gebied van water en waterhuishouding niet meer dubbel wordt gedaan. In de toekomst kan volgens de waterschappen worden volstaan met een nationaal en een regionaal plan. Dat laatste wordt dan opgesteld door de schappen.

 

Veel winst is volgens Schaap te behalen door de afvalwaterzuivering en het rioolbeheer in één hand te leggen. Het beheer van het riool is een zaak van de gemeenten. Overname van die taak door de waterschappen levert volgens Schaap op jaarbasis al gauw ‘enige tientallen miljoenen euro’s’ op.

 

De eerste verkennende gesprekken met de gemeenten zijn inmiddels gevoerd. Uitgangspunt is dat de gemeenten de regie houden over de openbare ruimte. ‘Wij gaan natuurlijk niet als wildemannen her en der straten openleggen’, zegt Schaap. Of de rioolheffing wel overgaat naar de waterschappen, wil de UvW-voorzitter in dit stadium nog niet zeggen.

 

Financieren

 

De ineenschuifoperatie heeft geen ontlastende werking voor de rijksbegroting. Die gaat wel uit van een ander plan om als waterschappen de volledige financiering van het hoogwater beschermingsprogramma voor rekening te nemen.

 

Nu draagt het Rijk die kosten – ongeveer 100 miljoen euro – terwijl de uitvoering van het onderhoud bij de waterschappen ligt. Ook dit in één hand leggen van de verantwoordelijkheid voor de waterkeringen levert volgens Schaap forse efficiencywinst op, al was het alleen maar omdat het Rijk geen directiekosten meer hoeft te maken. De nationale infrastructuur blijft een verantwoordelijkheid van het Rijk.

 

Het financieren van de hoogwaterbescherming impliceert wel dat de waterschapslasten omhoog zullen gaan. Of die lasten in bepaalde (natte) regio’s zwaarder zullen wegen dan in andere, is nog onbekend. Daarvoor zijn de plannen volgens Schaap nog niet gedetailleerd genoeg.

 

Belastinginning

 

De waterschappen pleiten verder voor het samen met de gemeenten runnen van belastingkantoren. ‘In sommige regio’s, zoals in het oosten van het land, gebeurt dat al met veel succes op vrijwillige basis. Wij willen die ontwikkeling een flinke boost geven en vragen van het Rijk regie op dit terrein. De vrijblijvendheid moet eraf. Leg de samenwerking maar dwingend op’, zegt hij. ‘Het voordeel? De kosten van belastinginning gaan met tientallen procenten naar beneden.’

 

De ingrepen – efficiëncyverhoging, betere organisatie van het waterbeheer en vermindering van bestuurlijke drukte – zullen veel vragen van de waterschapsorganisaties zelf, aldus Schaap. ‘Wij zijn daarom bereid het proces van opschaling en taakintegratie nog eens een forse impuls te geven. In gewoon Nederlands: meer fusies’, zegt hij.

 

Schaap gaat er vanuit dat er in 2020 nog maar tien à twaalf waterschappen over zullen zijn. Leidend principe is dat ze samenvallen met de stroomgebieden. Zo bekeken, zouden bijvoorbeeld de vijf schappen in het oosten van het land moeten opgaan in één organisatie. Voor komend jaar staat het samengaan van de Zeeuwse waterschappen op de rol. Soortgelijke plannen worden inmiddels ook gesmeed door de waterschappen Veluwe en Vallei en Eem.

 

Staatssecretaris Huizinga prijst in een reactie het elan bij de waterschappen. ‘Het getuigt van een vooruitziende blik om met een bezuiniging van niet minder dan 100 miljoen euro tegelijkertijd een toekomstvisie neer te leggen voor een rationeler waterbeheer in ons land’, aldus Huizinga, die aankondigde de voorstellen van de waterschappen mee te nemen naar het kabinet.

 

Reacties: 3

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Hans Middendorp / lid Alg. Best. van Delfland voor de Algemene Waterschapspartij
Waterschappen verdwijnen niet, althans niet op korte termijn (want grondwetswijziging nodig). Stas Huizinga heeft ook al geroepen tenminste tot 2016 het huidige verkiezingsstelsel voor waterschapsbesturen niet te willen wijzigen. Dus is het een goede vlucht naar voren om voren om alle watertaken ook bij de regionale waterautoriteit (= het waterschap) te beleggen. Wellicht worden dan de provincies wel opgeheven in 2016 (smile)!

Eigenlijk is de brief van de UvW aan de Stas de logische consequentie van de trend om van kleine waterschapjes naar grote, regionale waterschappen te gaan. Taken die eerst gecoördineerd moesten worden (logischerwijze door de provincie), kunnen nu beter aan de resterende regionale waterschappen worden overgedragen. Hetzelfde geldt natuurlijk vis-a-vis de gemeenten: daar speelt al tijden de discussie over kostenbesparing in de afvalwaterketen, maar via de weg der geleidelijkheid is er nog niet veel voortgang geboekt.. :)
Jan Vonk / vice-voorzitter NVvG
De waterschappen koersen af op grote veranderingen. Interessant om te lezen hoe de voorzitter van de Unie Sybe Schaap daar tegenaan kijkt. De Waterschappen pleiten volgens Schaap voor het samen met gemeenten runnen van belastingkantoren. Nu zijn we als gemeenten overal in Nederland bezig met vormen van samenwerking. En de Nederlandse Vereniging voor Gemeentebelastingen (NVvGB) is daar een voorstander van, maar je moet zo’n proces uitermate zorgvuldig inzetten en er je tijd voor nemen.

De heer Schaap geeft aan dat in het oosten van het land het samen runnen van een belastingkantoor door waterschap en gemeenten al met veel succes gebeurt op vrijwillige basis. Jammer dat Schaap niet expliciet aangeeft waar dat dan wel is. Ik zou het namelijk niet weten. De Waterschappen willen die ontwikkeling een flinke boost geven en vragen van het Rijk regie. Prima van die boost, maar waarom dan regie van het Rijk? Waterschappen en gemeenten komen er toch zelf wel uit, want er is volgens Schaap immers sprake van samenwerking ‘met veel succes’?

Dan komt de aap uit de mouw: ‘de vrijblijvendheid moet eraf, leg de samenwerking maar dwingend op’. Het voordeel is volgens Schaap dat de kosten van belastinginning met tientallen procenten naar beneden gaan. Dan valt mijn mond als gemeentelijke belastingman toch wel wijd open! De waterschappen lijken op een agressieve manier op de overnametoer te willen gaan voor wat betreft heffing en invordering van belastingen. En niet vrijwillig? Dan maar verplicht opgelegd door het Rijk. Soms is het goed als een bestuurder in een interview zijn ware aard even laat zien. Dan weten we tenminste waar ze naar toe koersen: overname, niet goedschiks dan maar kwaadschiks.

Mijnheer Schaap, dat is absoluut niet de goede weg. Samenwerken doe je samen, op vrijwillige basis. Dan moet je zeker niet op zo’n manier starten en gemeenten benaderen, want dat wordt dus helemaal niets. Nog daargelaten dat er zomaar even gesteld wordt dat de kosten van belastinginning met tientallen procenten naar beneden gaan.

Nu even op het scherp van de snede: belastinginning is alleen het inningsproces, dus inclusief het dwanginvorderingstraject. Dat is dan nog niet eens het heffingsproces (of was het een slip of the tongue van de Waterschappenvoorzitter?). Geen enkele onderbouwing, zo maar iets de wereld in slingeren. De NVvGB wil waarschuwen voor deze wijze van optreden in samenwerkingsontwikkelingen.

De Waterschappen zullen deze saus van arrogantie snel moeten wegnemen, anders blokkeren ze samenwerking met gemeenten in plaats van dit proces een flinke boost te geven. Ik hoop dat het gezonde (belasting)verstand mag blijven regeren.
Henk van Alderwegen, Mark Verheijen / voorzitter Waterschapsbedrijf Limburg, wethouder gemeente Venlo
Blij te lezen dat de Nederlandse Vereniging voor Gemeentebelastingen (NVvGB) voorstander is van samenwerking tussen gemeenten en waterschappen bij belastingheffing. Maar Jan Vonk klimt in een eerste reactie op de barricades om de weg naar samenwerking vooral ‘uitermate zorgvuldig in te zetten en er de tijd voor te nemen’. De NVvGB is bang voor ‘overnametactieken’ en verplichte samenwerking. Jammer dat de NVvGB hiermee zelf een barricade opwerpt, want het slechten van barricades kost tijd en geld. En dat is nou net niet wat de minister en staatssecretaris op dit moment vragen van de lokale overheden.

Want de kansen liggen voor het oprapen. De samenwerking die de gemeente Venlo op basis van wederzijdse vrijwilligheid in 2009 is aangegaan met het Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) is daar een sprekend voorbeeld van. In slechts één jaar kwamen het WBL en de gemeente Venlo tot een volledige integratie van het proces van heffing en invordering van beide belastingen. Deze samenwerking levert een structureel jaarlijks financieel voordeel op van 750.000 euro (bijna 40 procent van de Venlose perceptiekosten). Daarnaast werkt het WBL samen met het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden op het gebied van belastingen. En dit voordeel is haalbaar voor élke gemeente gaat samenwerken met ons samenwerkingsverband WBL. Welke gemeente wil dat voordeel nou laten liggen door ‘ruim tijd te nemen’ zoals de heer Vonk betoogt.

Maar gelukkig is het nog niet te laat... want Jan Vonk spreekt zich in de laatste zin van zijn artikel tegen als hij schrijft: ‘Maar via de weg van geleidelijkheid is er nog niet veel vooruitgang geboekt.’ Dat opent de deur voor snelle actie! Waar het op dit moment om gaat, is dat we onze maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen en de burger de voordelen van samenwerking moeten bieden: betere service en lagere kosten. Landelijk gezien grofweg 50 tot 100 miljoen euro op jaarbasis bij volledige integratie. Rechtstreeks te boeken als verlaging van de lokale lasten voor de burger. Samenwerken moet je vooral willen. De basisgegevens van waterschaps- en gemeentelijke belastingen zijn nagenoeg hetzelfde, de processen zíjn hetzelfde en we hebben een identieke visie om klantgericht te werken. Kansen genoeg! Laten we dus geen tijd verliezen. Gemeenten en waterschappen met open vizier aan tafel.
Advertentie