Advertentie
ruimte en milieu / Column

Richt stadsgemeenten op

Veel randgemeenten in Nederland worstelen met hun bestuurskracht en met hun verhouding tot de grote stad. Fusie met de grote stedelijke buurgemeente wordt als bedreigend ervaren.

13 februari 2009

Een fusie met andere kleine nabuurgemeenten - die ook onder rook van de grote stad liggen - levert meestal onvoldoende op om de problemen op te kunnen lossen. Om die reden strijden de meeste randgemeenten voor hun zelfstandigheid, soms tegen beter weten in.

 

Voor dit klemmende en steeds groter wordende probleem biedt de nieuwe figuur van de stadsgemeente een aantrekkelijke en adequate oplossing. Ik heb deze figuur van de stadsgemeente bedacht en samen met enkele deskundigen uitgewerkt. Momenteel zijn we doende met de nadere vormgeving van dit model. De stadsgemeente-nieuwe-stijl steekt op hoofdlijnen als volgt in elkaar. De eerste stap is dat de randgemeente fuseert met de stedelijke buurgemeente. Door deze fusie kan de randgemeente ten volle profiteren van de ambtelijke capaciteit en de bestuurskracht van de grote gemeente, waardoor veel van de thans bestaande problemen kunnen worden opgelost.

 

De prijs die een randgemeente in de huidige situarie nog betaalt voor een dergelijke fusie is hoog. De bestaande politieke bestuursgemeenschap wordt bij een klassieke fusie opgeheven en de afstand tussen de burgers en hun bestuur wordt aanzienlijk groter en meer diffuus. Het bestaande politiek-democratische forum wordt opgeheven en men is door de fusie over de gehele linie overgeleverd aan de luimen van de grote stadspolitiek.

 

Dat dit op taai verzet stuit, is geheel begrijpelijk en de enige mogelijkheid om de gesignaleerde problemen op te lossen is in een dergelijk geval een afgedwongen en opgelegde fusie. Dergelijke fusies gaan met veel tumult gepaard en het duurt jaren voordat de fusie vruchten afwerpt.

 

De hoge prijs van dit soort fusies kan aanzienlijk worden verminderd door bij de fusie af te spreken dat de randgemeente op de fusiedatum wordt omgezet in een stadsgemeente. Bij de vorming van zo’n stadsgemeente wordt gebruik gemaakt van de wettelijke mogelijkheden voor binnengemeentelijke decentralisatie. Deze mogelijkheden worden ook gebruikt voor de deelgemeenten in Amsterdam en Rotterdam. Waar echter de deelgemeente veel uitvoerende taken heeft, bezit de stadsgemeentenieuwe- stijl op een aantal terreinen meer open en te politiseren taken en bevoegdheden. De stadsgemeente kent een algemeen bestuur in de vorm van een stadsgemeenteraad; deze wordt rechtstreeks gekozen.

 

Daarnaast hebben de burgers van de voormalige randgemeenten het kiesrecht voor de ‘grote’ gemeenteraad. Vervolgens is er een dagelijks bestuur en een door de raad gekozen voorzitter. De gemeenteraad van de grote stad draagt aan de stadsgemeente een aantal belangrijke bevoegdheden over op primaire terreinen, zoals zorg, onderwijs, beheer van de openbare ruimte, veiligheid.

 

Deze bevoegdheden moeten een vrije, politiseerbare ruimte hebben, zodat het gekozen bestuur in de stadsgemeente politiek-bestuurlijke beslissingen kan nemen. De uitvoering van deze en andere taken kan gebeuren door eigen ambtenaren, maar ook door ambtenaren van de grote stad, een en ander afhankelijk van de aard van de taakstelling. De stadsgemeente kan tevens een eigen servicecentrum behouden en wel als onderdeel van het centrale gemeentelijke servicecentrum.

 

Wat betreft de overdracht van bevoegdheden staat de Gemeentewet het toe dat hier ruim kan worden gedifferentieerd, slechts een aantal bevoegdheden is van overdracht uitgesloten. Met de precieze verhouding tussen de centrale gemeente en de stadsgemeente kan dan ook uitbundig worden geëxperimenteerd. In het door ons ontwikkelde model van de stadsgemeente wordt met deze variatiemogelijkheid in diverse opzichten rekening gehouden.

 

Het grote voordeel van de stadsgemeente-nieuwe-stijl is dat de politieke gemeenschap in de vroegere randgemeente blijft bestaan, terwijl toch in volle omvang kan worden geprofiteerd van de beschikbare capaciteit in de grote buurgemeente.

 

Reacties: 2

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

bruno bruins / vml wethouder den haag
Douwe Jan, goedemiddag. Met genoegen heb ik je opiniestuk van 'deze week' gelezen. Dat doe ik meestal, maar niet altijd zie ik aanleiding om te reageren. Dat doe nu wel - omdat ik eigenlijk niet zo geloof in stadsgemeenten. In mijn (lokale) Haagse periode (1994-2006, eerst als raadslid, later als wethouder) speelden in de regio meerdere 'fusies'. Pijnacker en Nootdorp fuseerden, Leidschendam en Voorburg ook, en enkele gebieden rond Den Haag werden onderdeel van de befaamde Haagse herindeling. Den Haag startte door de herindeling met een nieuw stadsdeel: Leidschenveen-Ypenburg. Het model van een stadsgemeente is toen niet gevolgd. Voordien hebben college en raad zich goed laten informeren over voor- en nadelen van binnengemeentelijke decentralisatie. Amsterdamse en Rotterdamse contacten werden aangeboord. Destijds concludeerden we dat deconcentratie verkieslijk was boven decentralisatie. Dus geen stadsgemeenteraad, maar wel een stadsdeelcentrum, ingericht voor op en top dienstverlening aan de burger. En ook: een speciale stadsdeelwethouder en een speciale stadsdeelcommissie. Beide overigens niet alleen opgericht in de nieuwe gebieden, maar ook de andere zeven stadsdelen van Den Haag. Voor één keer was het wel handig om een college met acht wethouders te hebben: allemaal een stadsdeel! Nogmaals, we kozen niet voor stadsdeelraden. We overwogen dat dat (a) de transparantie van bestuur niet vergroot (b) de nadruk op dienstverlening moest komen te liggen. De thematiek van landjepik -zoals onze buurgemeenten dat destijds wel noemden- los je naar mijn overtuiging niet op met een stadsgemeenteraad. Landjepik, of netter: fusie, is een emotioneel vraagstuk. Daar is geen adequate bestuurskundige oplossing voor te bedenken. Of het moet dit zijn: bestuurlijke aandacht, veel bestuurlijke aandacht. Om die reden ben ik van mening dat colleges (en mogelijk ook gemeenteraden) in, of op weg naar, fusieprocessen best wat groter mogen zijn dan thans in de Gemeentewet is voorgeschreven. Wat ook hielp: niet te spreken over een randgemeente, maar over een buurgemeente. En je daar als bestuurder ook naar gedragen.
OK, tot zover. Hartelijke groet, Bruno (thans werkzaam als 'busbestuurder' bij OV-bedrijf Connexxion in Hilversum)
Mr J.R.P.L. Dings / fractievoorzitter PvdA Beemster
Ogenschijnlijk zitter er wel een aantal aantrekkelijke kanten aan het voorstel van de heer Elzinga. Met name dat een deel van de autonomie van de oude gemeente op deelgemeente niveau terugkomt en de optie van behoud van een serviceorganisatie. Ik denk evenwle dat het een illusie is om te denken dat de politieke gemeenschap van de deelgemeente intact blijft. Die wordt onthoofd, omdat diegenen die belangstelling hebben voor de lokale politiek die belangstelling natuurlijk vorm geven op het central niveau van de centrumgemeente. Daar vallen uiteindelijk de belangrijkste beslissingen. Uit oogpunt van kostenallocatie verwacht ik verder niet dat een lokaal servicecentrum een lang leven beschoren is, mede ook door de voortgaande digitalisering van de dienstverlening.
Als ik naar de eigen gemeente Beemster kijk, dan denk ik dat samenvoeging met Purmerend er toe leidt dat diegenen die actief zijn in landelijke partijen hun ambitie dan in Purmerend uitleven, terwijl voor de grote lokale partij geldt, dat ze in elk geval zal proberen twee of drie zetels in de raad van Purmerend te verwerven. Toegegeven, de raad van Purmerend kan wel een kwaliteitsimpuls gebruiken.
Zoals bekend verzet mijn gemeentebestuur zich met hand en tand tegen een samenvoeging met de gemeenten Graft-de Rijp, Schermer en Zeevang, zals ook onlangs bleek uit een brief van de drie wethouders in dit blad. Ik vind die opstelling verkrampt, ook al is er voor Beemster misschien geen directe urgentie om op korte termijn te fuseren. Wel denk ik dat uiteindelijk schaalvergroting door fusie onvermijdelijk is. Daarbij is een samenvoeging van plattelandsgemeenten in dit gebied tussen Purmerend, Zaanstad en Alkmaar uiteindelijk te verkiezen boven het door Elzinga geschetste model. In zo'n plattelandsgemeente lijkt mij dat de politieke gemeenschap of infrastructuur beter gewaarborgd is dan middels een stadsgemeente. Over de precieze samenstelling van zo'n plattelandsgemeente zou ik op dit moment geen definitieve uitspraken willen doen. In zo'n model zou ook naar de posite van de gemeenten Wormerland en Oostzaan of zelfs Koggenland gekeken kunnen worden.Dit is een persoonlijk standpunt.
Advertentie