Onderzoek: Nimby bij grondeigenaren niet leidend
De gedachte dat voor grondeigenaren bij ruimtelijke ontwikkelingen altijd het eigen gewin vooropstaat moet van tafel, bewijst onderzoek.
Grondeigenaren zijn bij noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen op hun terrein veel ontvankelijker voor het gemeenschappelijk belang dan gemeenten denken. Bij een onderzoek rond de aanleg van ondergrondse energieleidingen wogen voor driekwart van de grondbezitters de baten voor de gemeenschap zwaarder dan wat ze er zelf financieel aan over zouden houden.
Noord-Holland
Dat blijkt uit het promotie-onderzoek It’s not all about the money – landowner motivation and high voltage grid development van Mark Koelman aan de Universiteit Utrecht. Het onderzoek richtte zich op tweehonderd grondeigenaren in de kop van Noord-Holland, die te maken kregen met de aanleg van ondergrondse hoogspanningsleidingen over hun terrein.
Nimby
‘Het beeld bij media, gemeenten en andere overheden is nog vaak Nimby’, licht Koelman zijn onderzoek toe. ‘Grondeigenaren die hun eigen belang vooropstellen en als dat er onvoldoende is naar de buren doorverwijzen. De afgelopen tien, vijftien jaar is daar in de wetenschappelijke wereld al verandering in gekomen. Daar werd al vastgesteld dat de motieven van grondeigenaren minder eenduidig zijn en dat bijvoorbeeld ook bepaalde machtsstructuren een rol kunnen spelen. Maar hoe dan precies?’
Redelijker
Van de tweehonderd Noord-Hollandse grondeigenaren in Koelmans onderzoek waar een hoogspanningskabel door hun land werd gepland, was voor driekwart het nut ervan voor de gemeenschap leidend. ‘Ze wilden best meewerken, als de lokale overheden en de netbeheerders maar transparant zijn over de reden van aanleg en de prijs die ermee is gemoeid.’ Het is, beaamt Koelman, ‘een veel genuanceerder beeld dan wat ik zelf op voorhand dacht en wat ook uit veel eerdere onderzoeken oprees. Grondeigenaren blijken een stuk redelijker te zijn dan vaak wordt gedacht.’ Slechts 5 procent liet zich door Nimby-gevoelens leiden.
'Je moet als gemeente volstrekt open en eerlijk zijn'
Communicatie
Wat betekent die wetenschap voor de praktijk van gemeenten? ‘Communicatie over ruimtelijke initiatieven is heel erg belangrijk’, stelt Koelman. ‘Waarvoor worden die kabels nou precies aangelegd? Je moet volstrekt open en eerlijk zijn. Je kunt beter iets te veel vertellen dan te weinig. Want als er eenmaal iets fouts naar buiten komt, of iets wat je eerst achter hebt gehouden, dan ben je meteen al je geloofwaardigheid kwijt.’
Meer snelheid
Gemeenten zouden wat Koelman betreft ook meer snelheid kunnen maken. ‘Als je weet dat globaal driekwart van de grondeigenaren vatbaar is voor het maatschappelijk belang, hoef je niet te wachten tot je ze allemaal hebt gesproken. Start meteen al een juridische gedoogprocedure om diegenen die niet mee willen over de streep te trekken. Dan loop je bij kleine projecten zo een half jaar in en bij grote wel anderhalf jaar.’
Windturbines
Koelman deed onderzoek naar ondergrondse kabels. Gelden zijn conclusies ook voor ruimtelijk ingrijpender initiatieven als windturbines of zonneparken? ‘Ik ben daar terughoudend mee. Het zicht-aspect is in mijn onderzoek niet mee genomen. En de te verwachten opbrengsten voor grondeigenaren zijn bij kabels een fractie van die van zonneparken of windturbines. Maar in een vervolgonderzoek daarnaar zouden zomaar dezelfde percentages boven kunnen komen.’
NIMBY gedrag is vooral gebaseerd op gevoelens. In de complexe wereld met een vloed aan indrukken, voelen burgers zich al snel bedreigd als er in de openbare ruimte iets gebeurd waar zij geen invloed op hebben. Bij alle veranderingen gaan burgers er van uit dat dat een bedreiging is van hun welbehagen, hun gezondheid. Dat creëert angst en angst leidt tot verzet.
Hoe verder een ingreep fysiek van het eigen welbevinden af ligt, hoe kleiner de angstreactie en dus het verzet. Iets wat onder de grond ligt, ligt ver van het eigen welbevinden vandaan. In een stad/woonwijk ligt dat anders, omdat daar de ervaren hinder van de aanleg mede een rol speelt.
Bron van de angst
De onderliggende vraag dient te zijn: 'Waarom voelen burgers zo snel bedreigd en komen zij in verzet?', 'Waarom neemt "zich bedreigd voelen" zo sterk toe?'
Onder invloed van pressiegroepen en van de overmaat aan aandacht die media aan de boodschap van die pressiegroepen besteedt, is in Nederland de 'nul-risico samenleving dominant in het publieke en politieke debat. Er hoeft maar iets te gebeuren dat onverwacht is of er worden schuldigen gezocht.
Meer en meer geldt dat ook voor veronderstelde risico's op de gezondheid, een anomalie, sinds 1950 worden mannen vanaf hun geboorte 9,39 jaar ouder en sinds 1990 5,84 jaar.
https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/37360ned
62% van de toegenomen levensverwachting is gerealiseerd na 1990. Voor 21 jarigen is dat 81%, voor 61 jarigen 92% en voor 81 jarigen 69%.
Voor alle jaarklassen is de levensverwachting na 1990 veel sterker gestegen dan tussen 1950 en 1990. Ook voor vrouwen.
Die sterke leeftijdstoename is vrijwel volledig het gevolg van de inzet van moderne technische technieken. Zowel in de industrie, als in de landbouw, Zowel in producten als in productieprocessen. Ook verbeteringen in de gezondheidszorg dragen bij, maar de terugval voor 81 jarigen tot 69% verbetering sinds 1990, terwijl dat voor 21 en 61 jarigen 81% en 92% is, doet vermoeden dat de bijdrage van industrie en landbouw groter is dan die van de gezondheidssector.
Lucht- en waterkwaliteit zijn door maatregelen in de industrie en de landbouw sterk toegenomen. Eventueel vooroverlijden neemt daardoor navenant sterk af. Dezelfde pressiegroepen echter maken steeds grotere drama's van de risico's van eventueel vooroverlijden, alsof dat toeneemt i.p.v. dat dat afneemt. Terwijl we sinds 30 jaar steeds sneller ouder worden, trompetteren actiegroepen dat het met eventueel vooroverlijden nog nooit zo mis was. Dat is volksverlakkerij. Het maakt burgers nodeloos angstig, burgers die vanuit die angst vervolgens noodzakelijke vernieuwing tegenhouden.
Lokale overheden, provincies en gemeente, moeten in bezwaar- en beroepsprocedures waar gezondheid of levensverwachting een, blokkerend, item is, de Raad van State wijzen op de anomalie tussen hetgeen bezwaarmakers over gezondheidsrisico's beweren en de feitelijke sterk hogere levensverwachting van alle Nederlanders sinds 1990.