Advertentie
bestuur en organisatie / Achtergrond

De grote drie? Das war einmal

De politiek in de provincie is geen exclusief domein meer van de drie klassieke bestuurderspartijen CDA, PvdA en VVD. De fragmentatie van de Staten heeft het provinciale bestuur breder van kleur én politieker gemaakt.

22 maart 2019

Machtsverlies VVD, CDA en vooral PvdA na 2007

Na de verkiezingen van woensdag is de grote vraag hoe en op welke wijze de nieuwe colleges van Gedeputeerde Staten in de twaalf provincies worden geformeerd. Spannend en onvoorspelbaar wordt het zeker. Wie gaat met wie is een vraag die gemakkelijk kan worden gesteld, maar waar menige informateur zijn of haar tanden op kan gaan stukbijten om uit deze gefragmenteerde uitslag een stabiel bestuur te formeren.

Hoe anders was het in 2003. De provinciale politiek was het speeltje van de drie klassieke bestuurderspartijen CDA, PvdA en VVD. Zij maakten de dienst uit. Zij hadden de meeste zetels in Provinciale Staten. Zij bepaalden onderling wie er met hoeveel gedeputeerden in het college van Gedeputeerde Staten kwamen. Het is bijna niet meer voor te stellen, maar deze drie partijen leverden bijna alle gedeputeerden. Van de 69 gedeputeerden waren er 66 voor het CDA, PvdA en VVD. Drie kruimeltjes bleven er over voor de rest: D66, GroenLinks en SGP hadden ieder 1 gedeputeerde [zie grafiek].

Sindsdien is het blok van CDA-, PvdA- en VVD-gedeputeerden kleiner geworden tot 36 gedeputeerden in 2015. De overige partijen hebben na 2003 elke vier jaar meer gedeputeerden binnengehaald tijdens het formatieproces na de verkiezingen van 2007, 2011 en 2015. Het resultaat: de drie bestuurderspartijen hebben met die 36 gedeputeerden nog altijd de meeste provinciebestuurders, maar de overige partijen hebben een steeds groter deel van de koek opgeëist: tot 25 gedeputeerden bij aanvang van de collegeperiode in 2015.

Doorbraak
Het doorbreken van de bestuursmacht van CDA, PvdA en VVD is een proces van vallen en opstaan. In 2007 klopt de SP aan de deur, maar wordt nergens nog toegelaten. Beter vergaat het de ChristenUnie. Deze jonge fusiepartij van GPV en RPF – klein rechts – is kort daarvoor (februari 2007) regeringspartij geworden in het vierde kabinet-Balkenende, samen met CDA en PvdA. In vijf provincies wordt de ChristenUnie coalitiepartij waaronder drie keer samen met CDA en PvdA. In 2011 verdwijnt de ChristenUnie buiten beeld, maar schudt de PVV de provinciale orde op. De PVV van Geert Wilders, die dan al is toegetreden tot een minderheidskabinet van VVD en CDA, haalt overal zetels, wordt in Limburg net-niet de grootste partij en krijgt in Maastricht bestuurlijke verantwoordelijkheid in een provinciaal college met CDA en VVD. Het politieke landschap fragmenteert verder in 2015.

Het gevolg is dat D66 en SP deze keer in de formatie met succes een deel van de provinciale bestuursmacht opeisen. Toch blijven de drie klassieke bestuurderspartijen onmisbare spelers. In 2003 namen CDA, PvdA en VVD ieder deel in 11 van de 12 colleges van GS. Bij aanvang van de collegeperiode in 2015 zaten CDA en VVD nog altijd in 10 van de 12 colleges. Alleen de PvdA heeft sinds 2007 fors moeten inleveren: tot vijf collegedeelnames in 2015. Bij de vorige formatie werd de PvdA gepasseerd door D66 (9 gedeputeerden) en SP (6 gedeputeerden). De grote vraag is na de verkiezingen van afgelopen woensdag of deze partijen in de formatie hun positie weten te consolideren of toch weer moeten inleveren, en of GroenLinks nu de grote nieuwkomer wordt.

Meerderheidscollege
Het afbrokkelen van de machtspositie van de drie klassieke bestuurderspartijen vindt zijn verklaring vooral in de fragmentatie van de provinciale volksvertegenwoordiging. Daardoor zijn er steeds meer partijen nodig om een meerderheidscollege van Gedeputeerde Staten te vormen. In 2003 waren drie partijen voldoende om een college te vormen. In 2015 was het onmogelijk om met drie partijen een college te vormen, laat staan met twee partijen zoals in 2003 nog mogelijk was in Groningen en Drenthe. De norm in 2015 was dat er minstens vier partijen nodig zijn om een meerderheidscollege te vormen. En alles wijst er op dat deze trend van steeds bredere colleges zich in de formatie van 2019 zal doorzetten. Het provinciaal bestuur wordt niet alleen steeds breder, maar vooral veelkleuriger.

Politiek gedoe
De verbreding van de colleges, de afbrokkeling van de macht van CDA, PvdA en VVD, en de fragmentatie van de Staten heeft ook een keerzijde. Negatief geformuleerd heeft het tot meer politiek gedoe en vooral tot meer politieke breuken en valpartijen geleid. Positief geformuleerd: er is sprake van meer zichtbare politieke strijd.

Provinciale politiek was voor 2007 een oase van rust en stabiliteit. Was er sprake van een politieke vertrouwensbreuk dan was dat meestal een gevolg van onbehoorlijk bestuur dat niet langer met de mantel der liefde kon worden bedekt: een falende of niet-integere bestuursstijl. Voorbeelden de Ceteco-beleggingsaffaire in 1999 die aan drie Zuid-Hollandse gedeputeerden en commissaris van de Koningin Joan Leemhuis- Stout de politieke kop kostte. Andere voorbeelden zijn Wim Scheerder (2001, Gelderland, PvdA) die het veld moest ruimten omdat hij tegen de afspraken in zijn handtekening had gezet onder enkele borgstellingen (“Geldergate”) en Johan Dijks (2005, Drenthe, VVD) die verantwoordelijk werd gehouden voor het financieel debacle bij het Noord-Nederlandse Bureau voor Toerisme.

Na 2007 is er in de eerste plaats sprake van een opvallende stijging van politieke valpartijen en is er sprake van historische valpartijen van colleges in bijvoorbeeld Noord-Holland (Icesave-affaire), Fryslân (huisvesting van ambtenaren), Flevoland (kwestie Oostvaarderswold) en Limburg (PVV-crisis). Een tiental gedeputeerden die politiek tijdelijk of definitief tijdens een provinciale collegeperiode tussen de wielen geraken, is inmiddels normaal.

Klimaat en energie
Een falende bestuursstijl is nog steeds een belangrijke oorzaak, zie de valpartijen in de afgelopen collegeperiode van de gedeputeerde Ard van der Tuuk in Drenthe en Ad Meijer in Flevoland. Maar steeds vaker blijken politieke inhoudelijke meningsverschillen oorzaak voor de valpartijen. Opvallend is daarbij dat klimaat, energie en duurzaamheid steeds vaker aanleiding vormen voor vertrouwensbreuken, zie de valpartijen van Wiebe van der Ploeg (Groningen over de bouw van megastallen), Erik Lievers (Overijssel over energieplan), Ralph de Vries (Noord-Holland over de energietransitie) en in Limburg waar de coalitie met de SP ten val komt omdat de socialisten tot op het bot zijn verdeeld over de bouw van een windmolenpark bij Venlo.

Wanneer deze ontwikkeling zich doorzet in de nieuwe collegeperiode, kan dat alleen maar tot nog meer politiek vuurwerk in de provinciehuizen leiden. Of het moet zijn dat in de formatie juist over klimaat, energie en duurzame landbouw als provinciale kernthema’s goede afspraken kunnen worden gemaakt. Maar dat lijkt in een verdeeld politiek landschap geen sinecure.

Bron: zie voor meer informatie: www.decollegetafel.nl - onderzoek Politiek in de provincie

Correctie: (uit Binnenlands Bestuur 7-2019)
In het overzicht van gevallen gedeputeerden in BB06 staat dat er in Utrecht in 2008 6 vroegtijdig vertrokken. Er had moeten worden vermeld dat sprake was van een coalitiebreuk waarbij vier gedeputeerden tijdelijk politiek ten val kwamen. Jan Ekkers (VVD), Joop Binnenkamp (VVD), Anneke Raven (CDA) en Bart Krol (CDA) keerden terug op hun post.


Ruim 40 vallende gedeputeerden

2003-2007 – 1 politieke valpartij
Drenthe – Johan Dijks (VVD, 2005) – het financieel debacle bij het Noord- Nederlands Bureau voor Toerisme

2007-2011 – 19 politieke valpartijen
Groningen – Ineke Mulder (PvdA, 2008) – tekorten op de jeugdzorg; Fryslân – Ton Baas (VVD, 2007), Jan Ploeg (CDA, 2007) en Piet Bijman (CDA, 2007) – coalitiebreuk over onregelmatigheden bij tijdelijke huisvesting van provinciale ambtenaren;
Utrecht – Bart Krol (CDA, 2008), Anneke Raven (CDA, 2008), Jan Ekkers (VVD, 2008), Joop Binnenkamp (VVD, 2008), Marian Dekker (PvdA, 2008) en Jan de Wilde (PvdA, 2008) – coalitiebreuk over woningbouw in Utrechtse polder Rijnenburg;
Noord-Holland – Ton Hooijmaijers (VVD, 2009), Cornelis Mooij (VVD, 2009), Peter Visser (PvdA, 2009), Jaap Bond (CDA, 2009), Sascha Baggerman (PvdA, 2009), Bart Heller (Groen- Links, 2009), Rinske Kruisinga (CDA, 2009) – college neemt verantwoordelijkheid voor het risicovol wegzetten van spaargelden op IJsland, de zogeheten Icesave-affaire;
Zuid-Holland – Manita Koop (CDA, 2009) – te kort schietende bestuursstijl;
Limburg – Herman Vrehen (CDA, 2009) – Sinterklaasaffaire in zijn woonplaats Echt-Susteren.

2011-2015 – 12 politieke valpartijen
Groningen – Wiebe van der Ploeg (GroenLinks, 2013) – vanwege conflict over de bouw van megastallen;
Overijssel – Job Klaassen (VVD, 2011) – gelogen over zijn cv
Flevoland – Anne Bliek (VVD, 2012), Jaap Lodders (VVD, 2012), Marc Witteman (PvdA, 2012), Jan Nico Appelman (CDA/ChristenUnie, 2012) – college neemt verantwoordelijkheid voor de kwestie-Oostvaarderswold;
Zeeland – Kees van Beveren (CDA, 2015) – kostenoverschrijding verdubbeling Sloeweg;
Limburg – Patrick van den Broeck (CDA, 2012), Antoine Janssen (PVV, 2012), Noël Lebens (CDA, 2012), Theo Krebber (PVV, 2012), Mark Verheijen (VVD, 2012) – alle collegeleden treden af vanwege coalitiebreuk over de samenwerking met de PVV nadat de PVV-fractie de belangen van Limburg heeft geschaad door staatshoofden te schofferen en investeerders van de Floriade te beledigen.

2015-2019 – 10 politieke valpartijen
Drenthe – Ard van der Tuuk (PvdA, 2016) – vanwege zijn bestuursstijl;
Overijssel – Erik Lievers (D66, 2017) – ontbrekende steun voor zijn energieplan; Utrecht – Jacqueline Verbeek-Nijhof (VVD, 2018) – verantwoordelijkheid voor gang van zaken rond aanleg van Uithof-lijn;
Flevoland – Jan-Nico Appelman (CDA, 2018), Michel Rijsberman (D66, 2018), Jaap Lodders (VVD, 2018), Ad Meijer (SP, 2018) – voltallige college komt ten val vanwege coalitiebreuk over hoekige en activistische bestuursstijl van SP-gedeputeerde Meijer;
Noord-Holland – Ralph de Vries (D66, 2015) – vanwege gebrek aan draagvlak voor de noodzakelijke energietransitie)
Limburg - Daan Prevoo (SP, 2018) – vanwege interne breuk binnen SP over het bouwen van windmolens bij Venlo;
Limburg - Bob Ruers (SP, 2018) – als opvolger van Prevoo komt hij ten val over het conflict van SP met de andere partijen over het windmolenpark bij Venlo.


Afbeelding


Afbeelding


Afbeelding

Plaats als eerste een reactie

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Advertentie