‘Ambtenaren, ga naar buiten’
De ambtenaren moeten zich door de forse bezuinigingen en extra taken niet laten opsluiten in het gemeentehuis. ‘We moeten op zoek naar nieuwe verbindingen’, zegt Marcel Meijs, sinds donderdag de nieuwe voorzitter van de Vereniging van Gemeentesecretarissen (VGS).
Heeft de politiek eenmaal besloten tot bezuinigingen dan wordt in het platte Nederland bijna automatisch naar de kaasschaaf gegrepen. De reflex dat iedereen zo veel mogelijk gelijk moet delen in de pijn is springlevend. Maar Marcel Meijs, de gloednieuwe voorzitter van de Vereniging van Gemeentesecretarissen, en secretaris in Enschede, gaat tegen de keer in. Laat hem in de la, zegt Meijs. ‘De organisatie moet energie brengen naar de plek waar die het hardste nodig is. In Enschede is het functioneren van de arbeidsmarkt een topprioriteit. We bezuinigen dus niet op de afdelingen en medewerkers die zich daarmee bezig houden.’
Meijs is sinds het jaarcongres van afgelopen donderdag in Hengelo de nieuwe voorzitter van de Vereniging van Gemeentesecretarissen (VGS). Hij volgt zijn Rotterdamse collega Arjan van Gils op, zoals hij 5 jaar geleden Van Gils ook al opvolgde als gemeentesecretaris in Enschede.
Meijs’ weerzin tegen de kaasschaaf vloeit voort uit zijn opvattingen over de rol en positie van de lokale overheid. De gemeente, zegt hij, is niet de allesbepalende regisseur. ‘We moeten naar binding zoeken, bijvoorbeeld met werkgevers over de problemen op de arbeidsmarkt en re-integratie, en daarin veel creatiever worden.
Wat werkt echt? Daar gaat het om, zeker als er geen geld meer is, moet je juist extra creatief worden.’ Meijs vindt dat gemeenten niet alleen moeten samenwerken met traditionele non-profitpartners als corporaties en scholen, maar ook met het bedrijfsleven. ‘Er zit een kramp bij het outsourcen van taken bij de overheid als het gaat om samenwerken met het bedrijfsleven.
Dat is koudwatervrees. Ondernemers maken zich steeds meer vraagstukken van de overheid eigen. Ik zie het in Enschede waar bedrijven met de sociale werkvoorziening op zoek zijn naar win-win-situaties om mensen aan de bak te krijgen en de eigen organisatie sterker te maken. Die samenwerking kan ook op het gebied van zorg taken of bij het onderhoud van de openbare ruimte. We moeten zoeken naar nieuwe verbindingen. Als er minder geld is, hóórt dat zelfs te gebeuren.’
Daartoe moeten ambtenaren zich ‘buiten het stadhuis’ begeven, is de stellige overtuiging van Meijs. ‘Ambtenaren moeten echt bereid zijn om met anderen samen te werken. Ze moeten ook de ruimte krijgen om tot afwegingen te komen en dat botst wel eens met de eisen van de bureaucratie. Juist daarom wil ik deze mensen sterker maken door ze te ondersteunen.’
Meijs is net terug van een congres met Amerikaanse vakgenoten in Milwaukee over die samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven. De bezuinigingen zullen ook de Nederlandse overheden dwingen om de discussie daarover te voeren, meent hij. ‘Neem een thema als private financiering. Wij zijn nog altijd verslaafd aan subsidies, maar Milwaukee heeft bruggen van de architect Calatrava [ook de architect van overheidsgefinancierde bruggen in Haarlemmermeer- red.] die totaal privaat zijn gefinancierd. Aan de bouw van die bruggen is geen dollar overheidsgeld te pas gekomen. Wij zijn nog niet zo ver, maar we krijgen die discussie wel, zie de drastische bezuinigingen in de culturele sector.’
Regiogemeenten
Voorlopig hebben de gemeentesecretarissen de handen vol aan de invoering van de nieuwe decentralisatieopgaven op het terrein van arbeidsre-integratie, jeugdzorg en de Algemene wet bijzondere ziektekosten. ‘We hebben ervaring met de decentralisatie van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Wet werk en bijstand.
Het grote punt is nu hoe we die nieuwe decentralisaties zo kunnen uitvoeren dat de kwaliteit van onze dienstverlening goed blijft. Wij zijn daarvoor als hoofd van de ambtelijke organisatie direct verantwoordelijk. Tegelijkertijd zal ik in Den Haag argumenten aandragen hoe we de decentralisaties het beste kunnen uitvoeren. Het doel moet zijn dat we het van meet af aan beter doen dan bij de invoering van de Wmo en de Wwb.’
Al is de decentralisatie nog geen politiek feit, toch houden gemeenten al rekening met de nieuwe taken. Zij zoeken en masse naar samenwerkingsverbanden, want één ding lijkt zeker: veel gemeenten zijn niet in staat om de nieuwe taken zelfstandig uit te voeren. Er zijn gemeentesecretarissen die in de wandelgangen daarom pleiten voor de vorming van regiogemeenten. Maar een formeel voorstel daartoe van de top van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is vorig jaar geblokkeerd door de politieke leiding van de 418 Nederlandse gemeenten.
Meijs is een groot voorstander van intergemeentelijke samenwerking. ‘De taken die we krijgen, zijn nieuw en dus is het gemakkelijk om die dan maar gelijk samen op te pakken. Buiten de Randstad is er nooit veel discussie over wat “onze regio” is; samenwerken kan daar dus goed. En daar waar de kosten in het geding zijn of organisaties kwetsbaar zijn, is het ook verstandig om in regio’s samen te werken. Als een ambtenaar ziek is, kan een loket vaak al niet meer open gehouden worden. We moeten echter ophouden met een discussie over de ideale structuur; de kwaliteit van dienstverlening is in grote en kleine gemeenten het criterium. Als je de dienstverlening zelf niet meer kan garanderen, zeg ik: zoek de samenwerking in de regio.’
Winter
De nieuwe VGS-voorzitter vindt dat gemeentesecretarissen hierin zich niet te benauwd moeten opstellen. ‘Wij zijn er verantwoordelijk voor dat het beleid van burgemeester en wethouders effectief wordt uitgevoerd. Als het daarvoor nodig is om samen te werken over de eigen grenzen moet je moet die verantwoordelijkheid ook pakken.’
Het zou Meijs een lief ding waard zijn als het Rijk gemeenten de ruimte geeft om zelf de beste vorm van samenwerking te kiezen. ‘Het moet niet one size fits all zijn. Als je naar de samenwerking van de regionale uitvoeringsdiensten kijkt, zie je dat Twente het anders doet dan Noord- Holland. Het Rijk moet dat niet erg vinden. Als ik het bestuursakkoord lees, of de ‘set van afspraken’ zoals het nu moet heten, staat daar dat gemeenten en regio’s een jaar de tijd krijgen om te zoeken naar de beste manier van samenwerken. Het jaar 2012 wordt daarom een jaar waarin we ontzettend hard moeten werken om creatief naar die beste vormen van samenwerking te zoeken.’
‘Als ik dan een beetje filosofisch mag worden, zie ik een zeker pessimisme. Mensen vragen zich af of ze hun pensioen, hun baan houden. Er zit onzekerheid in de lucht en dat zorgt voor een zekere angst: de winter komt er aan! Maar de winter is ook de tijd om te bouwen aan nieuwe energie die in de lente tot wasdom kan komen.’
‘Ik ben dus niet zo pessimistisch. Zeker als ik zie hoe creatief de jonge generatie is met het uitvinden van manieren van communicatie, moeten we verbindingen maken met de jeugd.’ Meijs spreekt tegen dat de jeugd wordt afgestoten door de nog altijd klassiek Weberiaanse hiërarchische bureaucratie in de overheid. ‘Het Nieuwe Werken is gemeengoed bij gemeenten. De lijnorganisatie wordt losser. Er wordt op veel plekken geoefend met mensen die taken in teams doen. Dat hoort bij goed werkgeverschap. En dat is dus ook nodig, daar liggen de kansen voor gemeenten om jongeren te binden.’
Marcel Meijs
De nieuwe voorzitter van de Vereniging van Gemeentesecretarissen (VGS), Marcel Meijs (Schaesberg, 1956), voltooide zijn studie Economische geografie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen in 1983 en werd daarna wetenschappelijk onderzoeker aan dezelfde universiteit. In 1989 werd hij onderzoeker bij de afdeling onderzoek en statistiek van de gemeente Enschede.
Vervolgens werd hij coördinator stedelijk beleid, projectleider Stadsvisie Enschede en loco-secretaris. In 2001 vertrok hij naar Sittard-Geleen waar hij na de fusie van beide Limburgse steden als gemeentesecretaris verantwoordelijk was voor de fusie en integratie van de voormalige ambtelijke organisaties van Sittard, Geleen en Born. Sinds 2005 is Meijs weer terug in Enschede; nu als gemeentesecretaris en algemeen directeur van de gemeente.
‘Let beter op inzet politie’
Gemeentesecretarissen moeten zich nadrukkelijker mengen in het debat over de inzet van agenten. Zij moeten beter samenwerken met de burgemeester die traditioneel gaat over de inzet van de politie, zegt Marcel Meijs, de nieuwe voorzitter van de VGS.
‘We moeten in de veiligheidsregio samen met de burgemeester optrekken. Als de politie bezuinigt, heeft dat consequenties voor de inzet van politie in de stad en in de wijken. Als gemeentesecretarissen moeten we in die discussie meedoen, want het gaat ook om de inzet van onze mensen in de wijken. Ik constateer dat niet alle gemeentescecretarissen dat overal scherp op de agenda hebben. Daar moeten ze beter op letten, zeker nu er nieuwe politieregio’s worden gevormd.’
Plaats als eerste een reactie
U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.