Zwijndrecht strijdt voor een eerlijker gemeentefonds
Scheefheden in de verdeling van het gemeentefonds bezorgen randgemeenten financiële sores, bovenop het ravijnjaar. Ze bundelen hun krachten.

De ene gemeente roept de hulp in van een financieel bureau voor advies over hoe om te gaan met het ravijnjaar, de andere gemeente probeert het op eigen kracht. Zwijndrecht, waar zo’n 10 miljoen moet worden ombogen, is zo’n doe-het-zelf-gemeente.
Geen vetpot
Op een totale begroting van 175 miljoen euro, zagen raad en college in vorige meerjarenbegrotingen aankomen dat Zwijndrecht zonder ingrijpen de komende jaren tot zo’n slordige 17 miljoen euro tekort gaat komen. Wie ook maar een beetje kan rekenen snapt dat wanneer je als gemeente – waar het al geen vetpot is – met 10 procent minder toe moet, je een serieus probleem hebt. Dus, hoe dan?
Diep rood
Voordat we aan het beantwoorden van die vraag toekomen, willen Tycho Jansen (wethouder Financiën, CU/SGP), Alain Sterk (teamleider financiën, planning en control) en zijn collega Alex de Heer (concernadviseur planning en control) eerst en vooral uitleggen hoe hun gemeente zo zwaar in de penarie is beland – zwaarder dan verreweg de meeste gemeenten in het land zo bleek uit een benchmark van BDO begin dit jaar. Ja, ook Zwijndrecht gaat last krijgen van de voorgenomen miljardenbezuiniging op het gemeentefonds vanaf het ravijnjaar, maar de oorzaak van de ernst van het financieel probleem ligt ook verder terug in de tijd.
De cijfers begonnen voor Zwijndrecht diep rood te kleuren door de herverdeling van het gemeentefonds vanaf 2026. Sterk: ‘In eerste instantie zag het ernaar uit dat die andere verdeling niet eens zo slecht zou uitpakken voor onze gemeente. We zouden zelfs een licht voordeel hebben van de operatie. Maar doordat er in de loop van het proces aan een paar knoppen werd gedraaid, werden we opeens een nadeelgemeente. Gingen we in plaats van een plus van 25 euro per inwoner naar een min van 53 euro per inwoner.’
Dure keuzes
Haasje-repje werd er voor 2025 al voor 5,5 miljoen euro omgebogen. En tegelijkertijd was de opdracht aan de ambtenaren: uitzoeken waarom het verschil met veel andere gemeenten zo wezenloos groot is om te kunnen zien of Zwijndrecht misschien rare dingen doet, specifieke omstandigheden heeft of dure keuzes maakt. Daarvoor werd gebruik gemaakt van een benchmark die ze zelf konden uitvoeren in een applicatie waarop ze net als 331 andere gemeenten zijn geabonneerd: LIAS PAUW. Die biedt de mogelijkheid de inkomsten en de uitgaven op allerlei terreinen te vergelijken met soortgelijke gemeenten in het land.
Amper bouwgrond
Aan de uitgavenkant, zo liet die benchmark zien, blijken amper opvallende verschillen te zitten met gemeenten van nagenoeg dezelfde omvang en (matige) sociale structuur. De meest interessante afwijking zit eigenlijk aan wat er aan geld binnenkomt. Of beter gezegd, niet binnenkomt. Meer specifiek hebben Sterk en De Heer het dan over de voeding vanuit het gemeentefonds en de inkomsten uit belastingen en overige eigen middelen — voor ingewijden: de OEM-gelden. Daaronder vallen bijvoorbeeld rentes, dividend en opbrengsten uit grondverkopen. Om dat laatste er even uit te lichten: Zwijndrecht heeft amper of geen braakliggend en eenvoudig te bebouwen grond op het riviereneiland. Op die manier haalt Zwijndrecht minder geld binnen dan waar het rijk vanuit gaat bij de verdeling van het gemeentefonds.
Aftrek
En dat kost Zwijndrecht bovendien nog eens extra geld. Er vindt namelijk verevening plaats van de geschatte inkomsten uit de Overige Eigen Inkomsten. Anders gezegd, Zwijndrecht krijgt op de gemeentefondsuitkering een standaard aftrek van 118 euro per inwoner voor die OEM-inkomsten. Per saldo kost dat de gemeente circa zeven miljoen euro. Elk jaar opnieuw. Dat kwam voort uit de analyse die ooit volgde op het maken van een benchmark. ‘De schellen vielen ons toen van de ogen wat de technische ingrepen, daadwerkelijk voor effect hadden op de — heel echte — inkomsten’, verzucht wethouder Jansen.
Centrumfunctie
Zo zitten er meer scheefheden in de meest recente herijking van het gemeentefonds die nadelig uitpakken voor Zwijndrecht. De maatstaf regionale centrumfunctie is er zo een. Gemeenten met zo’n vinkje, krijgen extra uit de pot van het gemeentefonds. De gedachte erachter is dat centrumgemeenten meer kosten hebben, want meer voorzieningen en een grotere stapeling van sociale problematiek.
Als voorstad van de centrumgemeente Dordrecht en Rotterdam kijken de heren met lede ogen naar de lagere ‘score’ op deze maatstaf die is gebaseerd op het aantal woningen in een bepaalde cirkel, terwijl de sociale structuur nou niet bepaald sterker is.
Zelfde schuitje
Zwijndrecht heeft contact gelegd met gemeenten die in hetzelfde schuitje zitten om samen een lobby te voeren. ‘Want wat ons hier in Zwijndrecht overkomt, daarvan moeten ook veel andere randgemeenten last hebben’, aldus De Heer.
Na gesprekken met Binnenlandse Zaken, mag deze groep deelnemen aan de begeleidingscommissie van de vervolgonderzoeken naar hoe het verdeelmodel van het gemeentefonds eerlijker en beter kan. Aan tafel zitten in ieder geval de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, vertegenwoordigers van groepen gemeenten met specifieke kenmerken en de Raad voor het Openbaar Bestuur. Laatstgenoemde onafhankelijke adviesraad had aangedrongen op vervolgonderzoeken naar de onderbouwing en effecten van de herijking, onder andere vanwege het vermoeden dat de gemeentefondsmaatstaf centrumfunctie mogelijk wel eens overgewaardeerd zou kunnen zijn.
Artikel 12
De hoop en verwachting is dat inzetten op die hoofdlobby in financiële zin gaat opleveren voor de groep gemeenten met vergelijkbare nadelen. Maar goed, intussen moet de begroting voor volgend jaar wel al sluitend worden gemaakt. ‘Nee, we kunnen niet wachten tot 2029’, beaamt de wethouder. ‘Ja, je kunt je reserves inzetten, maar dat biedt geen structureel soelaas en dan lopen we dus helemaal leeg.’
Welbeschouwd zien de financials maar beperkt opties: meer geld binnenhalen als overbrugging naar een structurele oplossing rondom het gemeentefonds. Alternatief is om de uitgaven naar beneden te brengen. Zo zal het college ook voor meer dan 10 miljoen euro aan keuzemogelijkheden op een rij moeten zetten, waaruit de gemeenteraad straks moet gaan kiezen.
Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur nr. 6 van deze week.
De methode om jaarlijks met het Rijk af te rekenen op de uitvoering van de medebewindstaken is dan ook veel eerlijker en verreweg de beste methode (knaken voor de lokale taken).